Arie Bos: geen geneeskunde tegen iets, maar geneeskunde vóór iets

‘Arie Bos heb ik lang geleden leren kennen als een bevlogen huisarts die altijd klaar stond voor zijn patiënten en alle therapieën onderzocht om hen te helpen bij hun helingsproces. Hij werd huisarts in een roerige tijd. AIDS deed zijn intrede in Amsterdam en Arie heeft menig patiënt begeleid die aan deze destijds dodelijke ziekte leed. Het schrijven zit Arie in zijn bloed en zijn eerste boek ging dan ook over AIDS.’
Dit schrijft Frans Kusse als inleiding op het interview dat hij drie jaar geleden, in 2023, had met Arie Bos voor het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde (TIG) en dat te vinden is op de website van Bolk's Companions. ‘Naast zijn praktijk hield hij zich ‘s avonds bezig met het bestuderen van de wetenschap van de menselijke geest. In de tijd dat de meeste mensen naar de televisie keken, heeft hij enige boeken geschreven die veel impact hebben gehad in de integrale wereld bij mensen die verder wilden en konden kijken dan de materialistische benadering van bewustzijn (‘Wij zijn ons brein.’).’
Arie Bos: ‘Toen ik geneeskunde studeerde aan de Vrije Universiteit van Amsterdam – ik was tweedejaars en lag in de pauze in de zon een boterham te eten – kwam er een meisje naar me toe die een tweedejaars psychologiestudente bleek te zijn. Zij vertelde dat ze voor haar studie mensen moest interviewen met de vraag waarom ze waren gaan studeren wat ze studeerden. En tot mijn eigen verbazing hoorde ik mezelf antwoorden: ‘Omdat ik wil weten wat voor wezens wij eigenlijk zijn.’ Terwijl hét antwoord natuurlijk zou moeten zijn: ‘Ik wil zo graag zieke mensen helpen.’ Dat wilde ik ook wel maar dit kwam er zomaar uit. Daar had ik nog niet echt op die manier over nagedacht maar dat is wel een leidend thema in mijn leven gebleven. De medische opleiding – noem het maar geen studie – bevredigde deze vraag niet. Dat soort vragen komt totaal niet aan de orde.’
‘Het kwam wel eens op zo gauw je met dood en leven bezig bent. Dan ga je je dat wel weer afvragen: wat doen wij hier eigenlijk? Al in het eerste jaar als je bij pathologie merkt wat er allemaal mis kan gaan in je lijf. Dan vraag je je af: hoe is het in godsnaam mogelijk dat het allemaal goed gaat? Dat was een van de vragen die ook niet beantwoord werden en die hier wel mee te maken heeft. Wat is het leven op aarde? Hoe kan dat eigenlijk? En als je dan doordenkt, komt de vraag: ‘Hoe is het überhaupt mogelijk dat er iets is?’ Dus het wordt steeds groter en dan moet je je toch weer beperken. Anders moet je je met de oerknal gaan bezighouden.’
‘Die vraag kwam terug toen ik via Reiny, mijn vrouw, met antroposofie in aanraking kwam. Zij liep stage op een vrijeschool en ik kwam in contact met de leraren. Daar kreeg ik het idee van ‘misschien kan ik hier dan toch dichter bij een antwoord komen op deze vraag’. De antroposofie heeft mij veel meer geïnteresseerd gemaakt in de wetenschap dan ik daarvoor was. Wat mij opviel was het cynisme onder mijn huisartscollega’s – wellicht een methode om je te harden tegen de narigheid die je tegenkwam – en de positieve stemming die ik bij de antroposofische artsen tegenkwam.
Ik zag dat ze allemaal van die flesjes hadden, pilletjes en dergelijke. Mijn houding was juist om mensen zoveel mogelijk buiten het medische circuit te houden, want daar worden ze zelden beter van, tenzij ze ernstig ziek zijn en het absoluut nodig hebben. Maar dat je ook voor kleine kwalen met medicijnen gaat zwaaien vond ik eigenlijk belachelijk. Totdat ik begreep dat de gewone geneeskunde werkt met dingen tégen iets en dit waren allemaal middelen vóór iets. Toen snapte ik dat het zinnig zou kunnen zijn.’
Lees het hele interview bij de Bolk's Companions.
Deel deze pagina: