Interview met Guus van der Bie over de Bolk’s Companions

Guus van der Bie is een van de co-founders van de Companiongroep. Hij is, samen met Christina van Tellingen, begonnen om onderwerpen waar geneeskundestudenten les in krijgen op een goetheanistisch-fenomenologische manier te beschrijven.. Bolk’s Companions heten die uitgaven, vernoemd naar Louis Bolk (1866-1930), hoogleraar anatomie en embryologie aan de Universiteit van Amsterdam.
De Companions worden zowel in het Engels als in het Nederlands uitgegeven; ze zijn in principe gratis downloadbaar en gericht op een mondiaal publiek. En dat blijkt, want in de hele wereld weet men deze uitgaven te vinden en te waarderen. Het interview met de titel Dubbele boekhouding in de geneeskunde is afgenomen door Kore Luske. Ook de hele website is tweetalig; dit interview is tevens in het Engels te lezen.
Guus van der Bie is de auteur van de eerste Companion: Embryology, early development from a phenomenological point of view, uitgekomen in 2001. We spreken elkaar over de inspiratie van het eerste uur, over deze Companion en over de toekomst.
Hoe is het gekomen dat je Companions bent gaan schrijven?
Ik was al een tijd bezig samen met Machteld (partner) met het maken van, wat Steiner destijds noemde, een dubbele boekhouding en had gedachten over de thema’s waar ik dat op kon toepassen. Het had alleen nog nooit een boekje opgeleverd. In diezelfde tijd verscheen Christina en zij had ook veel onderwijservaring. Het helpt namelijk enorm als je een onderwerp al zover uitgediept hebt dat je er onderwijs in gegeven hebt. Ik was anatoom-embryoloog dus ik was helemaal thuis in de embryologie, ik leidde practica en de snijzaal, dus het was logisch om dat onderwerp als eerste op te pakken. Christina pakte als eerste de biochemie op. We hebben elkaar zeer gestimuleerd.
Kan je uitleggen wat die dubbele boekhouding is?
De studenten van de Jungmedizinerkurs waren aan het tobben. (De Jungmedizinerkurs is een reeks voordrachten die Rudolf Steiner in 1924 gegeven heeft aan geneeskunde studenten, deze staan in de GA 316). Dat wat de professor op de universiteit vertelde konden ze nauwelijks koppelen aan de antroposofie die Rudolf Steiner doceerde. Toen was het advies van Rudolf Steiner om een schriftje te nemen, aan de ene kant op te schrijven wat je leert op de universiteit en aan de andere kant de antroposofische visie. De studenten van toen zijn daar nooit mee begonnen.
Toen ik in de Ausbilderkreis (antroposofische opleidersgroep) kwam, waar Christina ook in zat, werd dat thema opgepakt. Onze conclusie was dat de studenten niet in staat waren om hun natuurlijke fenomenologische vermogens staande te houden in de orkaan van het universitair moleculairbiologisch zich ontwikkelende denken. Dat ging gewoon niet, dat konden ze niet meer. En toen hebben wij gezegd, dat komt omdat er geen dubbele boekhouding is, laten wij dan een dubbele boekhouding proberen aan te bieden in de opleiding. Want dat was nog nooit geschreven.
Dus ik heb toen geprobeerd met Christina om de ontbrekende schakel tussen gefenomenologiseerde reguliere kennis antroposofisch te leren lezen, maar de antroposofie lieten we liggen, we wilden eerst dat het fenomenologisch vermogen van studenten gered werd.
Zou je het nu anders doen?
Het is een heel beknopt boekje geworden, een synops. Er staat voorin het boekje ook de waarschuwing: zorg dat je je embryologie kent. Er wordt tegenwoordig veel minder embryologie gedoceerd. Ik zou nu veel meer informatie aandragen. Drieëntwintig jaar geleden kon het zo wel.
Lees het hele interview bij Bolk's Companions
Deel deze pagina: