Header achtergrond

Exclusief interview voor antroposofie.nl met Ernst Terpstra

Op antroposofie.nl publiceren we vier exclusieve interviews met min of meer bekende mensen in het antroposofische werkveld, afgenomen door Arjen Nijeboer. De aftrap werd gegeven door Eveline Clignett. Vandaag is Ernst Terpstra aan de beurt, priester in de Christengemeenschap in Amsterdam.

Kun je iets vertellen over je weg naar het priesterschap binnen de Christengemeenschap?

Na mijn studie natuurkunde en een eerste onderwijsbaan op een lyceum ontdekte ik de antroposofie en de vrijeschoolpedagogie. Het lot leidde mij naar de vrijeschool-bovenbouw in Eindhoven, waar ik vijftien jaar met hart en ziel heb mogen werken. Enkele jaren voor het einde van die periode kwam – na een kort maar hevig ziekbed – innerlijk de vraag op of ik wellicht priester zou moeten worden; dit tot mijn eigen verbazing. We hadden onze kinderen wel in de Christengemeenschap laten dopen, maar ik ging weinig naar de diensten, omdat ik meer dan genoeg in de school te doen had. Toch werkte die innerlijke vraag in mij verder en ik begon me te verdiepen in wat het priester-zijn concreet inhoudt.

Terugkijkend zie ik dat het sterven van ons tweede kind (bij de geboorte) en het overlijden van mijn vader hier een belangrijke rol in hebben gespeeld. Na enkele gesprekken met priesters en met mijn echtgenote besloot ik een jaar vrij te nemen op school, om aan het seminarie in Duitsland te kunnen onderzoeken of ik inderdaad priester mocht en wilde worden. Na dat proefjaar stonden alle seinen op groen, ik besloot mijn studie te vervolgen en twee jaar later (in 2002) werd ik gewijd en uitgezonden naar de gemeente in Amsterdam.

Zou je jezelf in de eerste plaats een christen noemen, of ook een antroposoof – of zie je die begrippen anders?

Ik zie mijzelf als een mens die als christen wil leven, dat wil zeggen in verbinding met de levende Christus. Zoals de apostel Paulus dat uitdrukte in zijn Galatenbrief: ‘Ik leef niet langer, maar Christus leeft in mij.’ Ik groeide op in een protestants milieu, na mijn studietijd liet ik mij uit die kerk uitschrijven nadat ik in de antroposofie een nieuw thuis had gevonden. Later ontdekte ik dat Rudolf Steiner een dienaar van Christus is en dat zijn streven, zijn boeken en voordrachten door en door christelijk zijn. In mijn eigen leven zijn de religieuze weg (via gebed en sacramenten) en de weg naar inzicht (via meditatie en verdieping in de antroposofische inhoud) onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze vullen elkaar aan en bevruchten elkaar.

Welke rol speelde Rudolf Steiner bij de stichting van de Christengemeenschap en hoe zou jij de verhouding nu typeren?

Vanaf 1917 stelden bepaalde leerlingen van Rudolf Steiner, de meesten van hen jonge theologen, hem de vraag of hij hun kon helpen om een nieuwe christelijk-religieuze weg te vinden tussen die van de protestantse en rooms-katholieke kerken. Steiner gaf aan dat dit mogelijk en heel belangrijk was, en hij bood aan om hierbij te helpen. Vanaf 1921 gaf hij verschillende reeksen voordrachten waarin hij de vorm en de inhouden voor deze vernieuwingsbeweging uiteenzette. Uiteindelijk hielp hij, als niet-priester, de groep van 45 mannen en vrouwen in september 1922 bij de stichting van de Christengemeenschap, die tot stand kwam door hun priesterwijding.

In mijn ogen was Rudolf Steiner een zeer toegewijde helper bij de geboorte van de religieuze vernieuwingsbeweging, die als ingewijde de teksten en handelingen van de vernieuwde sacramenten uit de geestelijke wereld ontving en in de Duitse taal aan de stichters toevertrouwde.

Kan men priester zijn binnen de Christengemeenschap zonder zich met antroposofie bezig te houden?

Wat ‘men’ kan, weet ik niet. Zelf kan ik mij niet voorstellen dat ik tot het wezen van mens en kosmos,  van de Hebreeuwse bijbel, het Nieuwe Testament en de sacramenten zou kunnen doordringen zonder mij bezig te houden met de inhouden van de geesteswetenschap.

Hoe zie jij Rudolf Steiners verhouding tot het christendom? Hem wordt vaak een breuk tussen zijn vroegere en latere kijk op het christendom verweten, hoe zie jij dat?

Voor mij heeft Steiner van jongs af aan een sterke verbinding met de kern van het christendom. Dat blijkt uit een aantal beschrijvingen in Autobiografie – Mijn levensweg over ervaringen in zijn kindertijd, onder andere zijn relatie met de pastoor en de mis in zijn geboortestreek. In zijn studentenjaren begint hij steeds scherper te zien hoe de kern van het christendom toegedekt is geraakt door enerzijds het streven naar macht en bezit van de rooms-katholieke kerk (‘ahrimanisering’) en anderzijds de egocentrische concentratie op het eigen zieleheil (‘Weltflucht’) in de protestantse kerken (‘luciferisering’). Tot het einde van zijn dertiger jaren zet hij zich tegen beide af en ontwikkelt hij zijn filosofie van het moreel vrij en verantwoordelijk worden door het scholen van de waarneming en het zuivere, onbevooroordeelde denken.

Deze weg leidt bij hem tegen zijn veertigste jaar tot ‘het geestelijk staan voor de werkelijkheid van het mysterie van Golgotha’ als een diep ingrijpende ervaring van inzicht (beschreven in zijn genoemde autobiografie). Deze ervaring opent voor hem de deur naar een geheel nieuw beleven en begrijpen van de realiteit van de levende, opgestane Christus. In zekere zin zou je dus van een ‘breuk’ kunnen spreken, maar niet als verwijt. Zoals ik het zie, moest hij in zijn lot als ingewijde eerst door de afdwalingen van de achter hem liggende eeuwen heen, voordat hij op eigen kracht de kern terug kon vinden.

Is antroposofie voor jou een vorm van christelijke theologie, een geesteswetenschap, of iets anders?

Voor mij is antroposofie precies wat Rudolf Steiner in februari 1924 als eerste kerngedachte geeft (in Kerngedachten van de antroposofie, GA 26): ‘Antroposofie is een weg tot inzicht, die het geestelijke in de mens met het geestelijke in de kosmos wil verbinden. Zij maakt zich in de mens kenbaar als een behoefte van het hart en van het gevoel. (.....)  Antroposofen kunnen alleen mensen zijn die bepaalde vragen over het wezen van mens en wereld even existentieel ervaren als zij honger en dorst ervaren.’

Op deze weg kom ik tot inzichten die ook de theologie betreffen en die, zoals ik hiervoor aangaf, ook het wezenlijke van het christendom ontsluieren. Voor mij is antroposofie dus geen theologie, maar wel door en door christelijk.

Hoort de reïncarnatiegedachte wel thuis in het christendom? Waarom?

Dat een individualiteit meerdere aardelevens doormaakt werd in oudere wereldbeschouwingen als realiteit beleefd. Al in het jodendom raakte deze beleving op de achtergrond: de focus kwam steeds meer op het aardse leven te liggen. Ook in de latere Griekse en de Romeinse tijd hield men zich niet meer met reïncarnatie bezig. Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van het christendom. Daarin ligt ook een zin en een noodzaak: de mens moest zich eerst grondig met de aardse realiteit verbinden en die met zijn ik-bewustzijn doordringen, en zich niet laten afleiden door bezig te zijn met eerdere of latere aardelevens.

Toch zijn er in de geschriften van het Nieuwe Testament wel enkele teksten te vinden waarin de reïncarnatiegedachte op de achtergrond aanwezig is. Bijvoorbeeld in Johannes 9, vers 1-2, waar Jezus Christus een blindgeborene ontmoet en zijn leerlingen hem de vraag stellen: ‘Rabbi, wie heeft gezondigd, hijzelf of zijn ouders, dat hij blind werd geboren?’ In een andere tekst (Mattheüs 11, vers 14) spreekt Jezus tot de mensen over Johannes de Doper onder andere de volgende woorden: ‘Als jullie het willen aannemen – hij is Elia, die moet komen. Wie oren heeft, die hore!’

Rudolf Steiner heeft bij verschillende gelegenheden gezegd dat het voor mensen van deze tijd, waarin de bewustzijnsziel zich verder moet ontwikkelen, belangrijk is om de realiteit van meerdere levens op aarde actief te doordenken en te doorvoelen. Dit in samenhang met de karmagedachte: de geestelijke wetmatigheid dat de daden van een mens hun uitwerking op hem hebben in een volgend leven, overigens zonder dat dan zijn vrije wil hierdoor ingeperkt wordt.

Sinds zijn dood, opstanding en hemelvaart is Christus de heer van de hemelse krachten op aarde, inclusief de ‘wereldgerechtigheid’, dat is de karma-werking: hij wil ieder mens begeleiden van incarnatie naar incarnatie en hem helpen zijn schulden te vereffenen. Dit hoort voor mij geheel bij de werkelijkheid van het christen zijn in de 21e eeuw.

Deel deze pagina: mail

Cursus & opleiding

Cursussen biodynamisch imkeren
Begin 2027 start Odin-imker Bas Strijker...

Cursus & opleiding

ONTDEK ONZE BOERDERIJSCHOOL
* Wonen, werken, leren * Op een biodynamische...

Vakanties

Rustig boshuisje op een ruim perceel van 3.100 m2, omgeven door velden en...

Geef hier jouw advertentie op